Resultaten begeleidend onderzoek MDT bekend

Er wordt continu onderzoek gedaan naar de (niet) werkzame elementen van de thema's werving, begeleiding en beloning. Deze elementen dragen bij aan de verdere ontwikkeling van MDT en het bereiken van de doelstellingen. Hieronder staat een samenvatting van het onderzoek. Wil je het hele onderzoek lezen? Dan kan, onderaan deze pagina is een mogelijkheid om het onderzoek te downloaden.

Ontwikkeling MDT

  • Het aantal deelnemende jongeren neemt toe: Na een wat stroeve start, waarin het opzetten van de proeftuinen meer tijd vroeg dan verwacht, zijn de meeste van de 41 proeftuinen in de eerste maanden van 2019 van de grond gekomen. Inmiddels zijn circa 6.000 jongeren gestart met de MDT.
  • Diversiteit aan deelnemers: de deelnemende jongeren zijn verdeeld over verschillendeonderwijsniveaus, achtergronden, leeftijdscategorieën en arbeidssituaties. Opvallend is het relatief grote aandeel jongeren met een migratieachtergrond. In alle provincies zijn inmiddels jongeren gestart met MDT. De grootste concentratie van deelnemers is zichtbaar in en rondom de G4 (4 grote gemeenten).
  • Samenwerking is een belangrijke succesfactor: het valt op dat organisaties die snel groeien vaak een groter netwerk van samenwerkingspartners hebben. De samenwerking met andere maatschappelijke organisaties en het onderwijs is het grootst en wordt het best beoordeeld. De samenwerking met bedrijven kwam later op gang, maar is in de afgelopen maanden sterker ontwikkeld. De samenwerking met gemeenten wordt minder goed beoordeeld ten opzichte van andere samenwerkingspartners. Er is veel animo bij proeftuinen om slimmer (met elkaar) samen te werken en daardoor beter vraag en aanbod met elkaar te kunnen verbinden.
  • Grote wens om door te gaan, maar financieel afhankelijk: de meeste proeftuinen geven aan tevreden te zijn over het verloop van MDT, door te willen gaan en verder op te zullen schalen. Bij een eventueel vervolg geven de proeftuinen aan in de toekomst afhankelijk te zullen blijven van een subsidiebijdrage. Zonder subsidie zien de proeftuinen geen mogelijkheden om MDT in de huidige vorm aan te blijven bieden.

Werving en matching

  • Aansluiten bij motivaties: ‘Vaardigheden ontwikkelen’ en ‘iets voor een ander doen’ zijn de belangrijkste motivaties voor jongeren om mee te doen. Naast deze motivaties zijn er nog drie die opvallen: ‘erbij willen horen’, ‘iets doen met anderen’ en ‘plezier hebben’. Organisaties die bij de motivaties van de eigen doelgroep jongeren weten aan te sluiten met een concreet aanbod zijn succesvoller in de werving.
  • Sluit aan bij de vindplaatsen van jongeren: proeftuinen samenwerken met organisaties waar jongeren zich al bevinden zijn succesvoller in het werven. Dit vraagt om een investering in het netwerk en het leggen van verbanden met bijvoorbeeld scholen en jongerenorganisaties. Het vermogen om dit netwerk op te bouwen is een belangrijke succesfactor.
  • Werving bij scholen zeer effectief: meer dan 40% van de deelnemers werd via het onderwijs geworven. Werving via het onderwijs maakt de toegang laagdrempelig. Via school worden ook jongeren bereikt die buiten schooltijd minder snel geneigd zullen zijn extra maatschappelijke inzet te tonen.
  • Een duidelijk kader: proeftuinen die een duidelijk kader bieden zijn succesvoller in de werving dan de proeftuinen die het organisch laten ontstaan. Doordat het traject duidelijk is kunnen zij een helder beeld schetsen van het MDTtraject. Dit is belangrijk, want jongeren willen graag weten waar zij voor kiezen.
  • Het belang van een goede intake: voor een succesvolle MDT zien we dat een persoonlijke en gestructureerde intake na binnenkomst essentieel is voor het vinden van een passende match en een goede begeleiding van de jongere gedurende het traject. Daarmee wordt het mogelijk om wensen en mogelijkheden op elkaar af te stemmen en verwachtingen helder te maken.
  • Inzet social media biedt nog veel potentie: op dit moment is 3% van de deelnemende jongeren geworven via social media. Bij aanvang hadden verschillende proeftuinen hogere verwachtingen van de inzet van social media dat het in de praktijk voor hen oplevert. Dat wil niet zeggen dat het niet kán werken. Er zijn enkele proeftuinen die wél succesvol zijn via social media. De wijze waarop social media wordt ingezet maakt dus een belangrijk verschil.
  • Behoefte aan landelijke verbinding: voor de meeste proeftuinen is werving van jongeren de grootste uitdaging. Proeftuinen geven aan geholpen te zijn bij een sterk ‘MDT’ merk waar zij hun organisatie aan kunnen verbinden. Ook zien veel proeftuinen meerwaarde in het slimmer organiseren van de samenwerking binnen proeftuinen. Proeftuinen die sterk zijn in werven kunnen dit mogelijk voor meer proeftuinen doen, waardoor eenieder zich kan richten op zijn sterke punten.

Begeleiding

  • Ontwikkelgerichte begeleiding is een vak apart: het begeleiden van jongeren in hun ontwikkeling is een specialisme. Proeftuinen geven aan dat professioneel opgeleide begeleiders de belangrijkste randvoorwaarde is voor goede, ontwikkelingsgerichte begeleiding. Dat vraagt om gespecialiseerde competenties van begeleiders die hierin geschoold zijn.
  • Een vast aanspreekpunt: frequent en eenduidig contact tussen de proeftuin en de jongere draagt bij aan de kwaliteit van de MDT. Een jongere heeft het liefste een van intake tot afronding van MDT een vast aanspreekpunt. De laagdrempeligheid van het contact met het aanspreekpunt is daarbij essentieel.
  •  Begeleiding door peers: jongeren die jongeren begeleiden (peer-begeleiding) is een succesfactor, mits de jongeren een aantal jaar ouder zijn dan de deelnemende jongeren. De begeleidende jongeren zijn een rolmodel en voorbeeld voor de deelnemende jongeren. Jongeren zijn erg positief als het gaat om deze vorm van begeleiden.
  • Direct toepasbare en concrete training: trainingen worden door jongeren als zeer positief ervaren, maar ze moeten wel passen bij de vaardigheden die zij willen ontwikkelen tijdens het traject en of het werk dat ze doen.
  • Weinig behoefte aan landelijke ondersteuning op het gebied van begeleiding: proeftuinen zien de begeleiding over het algemeen als één van hun sterkste punten en hebben daardoor op dit onderdeel weinig behoefte aan ondersteuning.

Beloning

  • Aansluiten bij motivaties: Een passende beloning is maatwerk en hangt samen met de motivatie van de jongereom mee te doen aan MDT. Het krijgen van een T-shirt met het logo van de proeftuin is bijvoorbeeld erg waardevol voor jongeren die graag ergens bij willen horen, terwijl het deelnemen aan een training weer beter past bij jongerendie vooral iets willen leren. Het is van belang dat projectleiders tijdens of na de intake van de jongere expliciet nadenken en aandacht hebben voor een passende beloning.
  • Training als beloning: Proeftuinen geven aan training als meest motiverende beloning te zien. Dit sluit aan bij de motivatie van jongeren om hun vaardigheden te ontwikkelen. In praktijk worden vooral concrete trainingen die direct toepasbaar zijn in MDT goed gewaardeerd.
  • Waardering en erkenning van anderen belangrijke prikkel: jongeren stellen het op prijs als hun inzet zichtbaar wordt gemaakt en zij hiervoor erkenning krijgen. Of ze dit nu expliciet een beloning noemen of niet. Vooral de waardering van peers en begeleiders en de waardering van degene voor wie de jongere iets doet, zijn erg belangrijk.
  • Certificaat op dit moment niet effectief: zowel jongeren als proeftuinen constateren dat het belonen via certificaten een kleine meerwaarde kent, al zijn ze er niet op tegen. Jongeren die willen werken aan hun cv zien wel mogelijkheden om de waarde te verhogen. Een belangrijke voorwaarde daarbij is dat ook werkgevers een landelijkcertificaat gaan erkennen. Op die manier kan het certificaat als een symbool voor erkenning komen te staan voor de ontwikkelde vaardigheden en kennis.
  • Financiële bijdrage geen grote motivator: proeftuinen zien financiële beloning als de minst motiverende beloning. De omvang van de vergoeding ligt in de meeste gevallen gelijk aan de vrijwilligersvergoeding. Uit de gesprekken met jongeren blijkt dat een financiële bijdrage geen reden is voor deelname aan MDT. In sommige gevallen is de financiële beloning als onkostenvergoeding wel een randvoorwaarde om mee te kunnen doen.